De Dijk Nieuwe clubshow in het voorjaar

Als ze er niet is, Ik kan het niet alleen, Bloedend hart en Mag het licht uit zijn inmiddels platen die de monumentale hoes dragen. Dankzij onze Hollandse meesters van de blues die chanson na chanson, tijdgeest na tijdgeest aan elkaar rijgen alsof ieder jaar de bladmuziek gepaard met hartstochtelijke teksten doodleuk langs de Amsterdamse grachten bloeien. Verdomd terecht dat het de gebroeders Van der Lubbe waren die in de lorum schouder aan schouder over de Zeedijk begonnen met plukken en zo een schuimend mandje vol liederen vulde. Zoals dat bij rasmuzikanten gaat, ligt de waarheid ergens in het café of midden op straat.

Het (neder)popcircuit van de jaren tachtig en negentig waar de band werd grootgebracht kreeg als eerst te maken met hun universele blik op muziek. De liedjes groeide uit tot gedichten terwijl feestzalen gelijktijdig mee veranderde in poptempels, theaters en andere prestigieuze planken wereldwijd van Moskou tot aan New York. Misschien dat ze er geen ene biet van snapte, maar die wiegende melodie van melancholie bleef ook mondiaal plakken. En als dat het hem niet deed, dan werd je alsnog in de onderbuik getroffen door de eiken oude stembuigingen van gastheer Huub van der Lubbe. Het oergeluid van een dichtende straatmuzikant over de liefde, vriendschap en muziek.

Negentien albums later en dan praten we over een glansrijke geschiedenis met een onstuitbare bron van muzikaliteit. Aan hun wieg stonden bonafide soulknakkers als Wilson Pickett, Otis Redding en Solomon Burke. Waarvan de laatstgenoemde jeugdheld uiteindelijk de cirkel rondmaakte door samen de plaat “Hold on Tight” op te nemen. Een magische vertaling van “Hou me vast”. Antonie Hoek(drums), Pim Kops(toetsenist), J.B. Meyers(gitaar), Hans van der Lubbe(bas), Nico Arzbach(gitaar), Peter van Soest(trompet), Roland Brunt(sax) en Huub van der Lubbe(zanger) verkochten hun ziel aan de blues; een levenslang contract. Mag het licht aan voor een avondje “Dijken”.